De derde weg in de bestrijding van armoede en uitsluiting

Pools journalist Cezary Gawrys over Joseph Wresinski

Artikel geplaatst 17 juni 2010 Print Friendly

De derde weg in de bestrijding van armoede en uitsluiting

Joseph Wresinski, stichter van de Internationale Beweging ATD Vierde Wereld, had een Poolse vader maar groeide op in Frankrijk. In 1979 bezocht hij Polen, de eerste en enige keer. Hij wilde weten hoe de armsten behandeld werden in een land dat geleid werd door communisten die de sociale rechtvaardigheid in hun vaandel voerden. Cezary Gawrys, journalist bij het maandblad Wiez (Band) begeleidde hem.

“Voor mij was hij een uiterst bescheiden en vrij gewoon man. Eerlijk gezegd heb ik het bijzondere van zijn persoonlijkheid toen niet opgemerkt. Hij was sympathiek, stil en luisterde aandachtig. Achteraf schreef hij een boek en stuurde me dat op. Het was 1981, na de oprichting van Solidarnosc en het uitroepen van de noodtoestand. Heel de maatschappij was in de ban van deze situatie, ikzelf ook. We hunkerden naar vrijheid en naar een normaal leven. Om eerlijk te zijn: ik heb dat boek aan de kant gelegd, me afvragend wat deze Franse priester te zeggen had over de armsten terwijl wij hier allemaal een miserabel leven hadden waarin zekerheid, vrijheid en welzijn ontbraken.

Miskend
Het is me toen ontgaan, maar Père Joseph was een profeet. Een profeet is iemand die aan zijn volk iets heel belangrijks zegt, heel concreet, die hen aanmaant om terug de rechte weg te kiezen. Hij gaat tegen de stroom in en zegt aan mensen dingen die niet aangenaam zijn. Vaak wordt hij miskend. En in zekere zin werd Joseph Wresinski miskend in Polen, minstens door mij.


Cezary Gawrys: “Dat economische groei de armoede uitroeit, dat geloven we niet meer. Polen is vandaag veel rijker, maar er zijn meer armen en ze zijn armer dan voorheen.”

Tien jaar gingen voorbij en in 1989 veranderde het regime. Vandaag hebben we eindelijk die vrijheid waar we zo lang op gewacht hebben, waar we zo naar verlangd hebben. We zijn vrij, we kennen democratie en privé-eigendom, de economie zit in de lift, maar er zijn nog altijd armen, hun aantal groeit zelfs.

Twee remedies die niet werken
De wereld heeft twee remedies voor het armoedeprobleem: economische ontwikkeling en liefdadigheid. Dat economische groei de armoede uitroeit, dat geloven we niet meer. Polen is vandaag veel rijker, maar er zijn meer armen en ze zijn armer dan voorheen.
En de liefdadigheid? Ons land is katholiek. De Kerk is machtig en overal wordt soep bedeeld aan de armen. Lost dat de armoede en miserie van de daklozen op?

Wrésinski zei: ‘Er is een derde weg nodig.’ Wat op de eerste plaats komt is de waardigheid van de mens die in armoede leeft. In hem moeten we een mens zien die aan ons gelijk is, die zijn leven in eigen hand wil nemen, die een geschiedenis heeft, ouders en voorouders, dromen, verwachtingen, ideeën, die ons iets van zichzelf kan geven. De mens die niets heeft is geen passief object aan wie wij, fantastische mensen, ondernemend en rijk, iets geven wat ons dan een goed geweten bezorgt en waardoor alles opgelost wordt. Nee, we moeten voor hem staan, van mens tot mens. Hoe we dat doen hangt van onze verbeelding af.


Joseph Wresinski: “Wat op de eerste plaats komt is de waardigheid van de mens die in armoede leeft.”

Liefdadigheid vernedert
De liefdadigheid is vandaag sterk ontwikkeld in Polen. In Warschau, waar ik woon, zijn er enkele eetzalen voor armen. Eén wordt gerund door monniken, een geweldige orde die zich het lot van behoeftigen aantrekt en gesitueerd is in het centrum van de stad. Klokslag twaalf gaat de deur open en kunnen daklozen en mensen in armoede er een warme maaltijd gebruiken. Vanaf negen uur ’s morgens vormt zich een rij wachtenden op het voetpad, tot aan de bushalte. Ik kom er vaak langs met de bus. En telkens herhaalt zich hetzelfde tafereel. De bus stopt. Aan de ene kant, achter de busramen, zitten de passagiers. Aan de andere kant de mensen die aanschuiven voor hun enige maaltijd van die dag. Ik kijk weg want ik zie dat ze zich schamen. Het zijn normale mensen, met waardige gelaatstrekken, gevoelig, intelligent. En tegelijkertijd zijn ze overgeleverd aan de blik van het publiek, ze dragen een stempel. Hoe goed de bedoelingen ook zijn, de liefdadigheid vernedert hen, slaat hen met uitsluiting.

’Hij is gek’
Op een dag was Joseph Wresinski in het kamp waar honderden gezinnen met kinderen woonden in de meest ellendige omstandigheden, in de kou, in het slijk, in een klimaat van agressie en geweld, en waar tientallen liefdadigheidsinstellingen afgedragen kleren aanbrachten en voedsel dat over datum was. ‘Het moet gedaan zijn met die gratis bedelingen’, riep Père Joseph hen toe ‘Jullie moeten werken en betalen’. De mensen verweerden zich: ‘Hij is gek. Hij wil ons kapot maken.’ Maar hij was een profeet. Hij richtte ateliers op, een wasserij, een schoonheidssalon, en samen bouwden ze een mooie kapel. Uiteindelijk konden deze mensen zich mens voelen. En zo is alles begonnen.”

Cezary Gawrys in Revue Quart Monde N°211 - 2009 – vertaald en bewerkt door M.T. Poppe

Dit artikel is verschenen in VierdeWereldblad 168, mei-juni 2010