De harde dagelijkse realiteit in Haïti roept vragen op over het hulpbeleid

Haïti, december 2010.

Haïti blijft in de actualiteit met de cholera-epidemie en de verkiezingen van zondag 29 november. Maar hoe zijn de leefomstandigheden van de mensen in de wijken waar het team van ATD Vierde Wereld werkzaam is ? Welke toekomstvragen stellen deze mensen zich ?

Artikel geplaatst 11 januari 2011 Print Friendly

De harde dagelijkse realiteit in Haïti roept vragen op over het hulpbeleid

Niemand van de gezinnen die deelnemen aan de acties van de Beweging noch van het team zijn getroffen door de cholera. Maar iedereen kent buren die ziek waren. Sommigen stierven, anderen geraakten gelukkig op tijd in het ziekenhuis voor de noodzakelijke behandeling. Wij zagen heel wat gebaren van hulp ondanks de angst voor besmetting. Buren brachten zieken, die alleen leefden, naar gezondheidscentra. Iedereen besteedt veel zorg aan hygiëne. Het team doet mee in campagnes die de epidemie willen indijken. Elke gelegenheid, zoals bij het onthaal in het Vierde Wereldhuis als tijdens de activiteiten van de Pré-école en Bébé Bienvenu, gebruiken de medewerkers om informatie te geven over de ziekte, over wat te doen als symptomen zich uiten, over hoe besmetting te voorkomen door onder andere de handen te wassen. UNICEF verdeelde zeep onder de families. Het was echter moeilijk om aan waterzuiverende chloortabletten te komen.

Een permanente werker vertelt : "De gezinnen zeggen ons dat ze het hoofd kunnen bieden aan de cholera, maar dat ze zich grote zorgen maken over de groeiende onveiligheid in de wijk. Zij vrezen voor hun jongeren die zich verbergen of wegvluchten ...” Vooral tijdens de verkiezingsperiode steeg de spanning. De inwoners van Grande Ravine, die hun stem wilden uitbrengen, vreesden het hevig geweld in de wijk tijdens hun rit naar het centrum.

Te midden van al deze gebeurtenissen, is het team trots dat zij er in slaagden de kinderen van Grande Ravine te laten deelnemen aan een bijeenkomst ter gelegenheid 20 november Internationale Dag van de Mensenrechten van het kind. Kinderen van verschillende verenigingen hadden tijdens deze samenkomst een inbreng door middel van zang, drama of dans.

De huidige situatie verplicht de Beweging om zijn permanente steun aan de inwoners van Port-au-Prince voort te zetten. Er is de dagdagelijkse solidariteit onder de Haïtianen. Maar op internationaal vlak volstaat de golf van medelijden - ontstaan na de aardbeving van 12 januari - niet. Voor een echte wederopbouw van het land moeten de regeringen van de “rijke” landen en hun burgers bevraagd worden op hun daden vertrekkend vanuit de lessen die ze leerden uit de Haïtiaanse situatie. Wat is de waarde van noodhulp en de uitvoering van buitengewone maatregelen als de humanitaire hulp na elf maanden nog steeds niet de meest kwetsbare bevolkingsgroepen bereikt ? Dit zou het meetinstrument moeten zijn van de donorlanden als ze hun acties evalueren. De donorlanden zouden ook moeten beseffen dat hun interventie niet kan slagen als de getroffen bevolking niet betrokken wordt in het proces. De Verenigde Staten beloofden een steun van 35 miljard dollar. Houden zij hun belofte ?
Wat betekent het gebrek aan coördinatie tussen de 65 donorlanden ? Wat houdt het verdenken van en de weigering om te werken met de wettige Haïtiaanse regering in, wetend dat zij zowel letterlijk als figuurlijk ingestort is en nog maar een stamelend symbool is van de democratie ?
Donorlanden kunnen niet zomaar ingrijpen namens het volk, de staat. Want dan eerbiedigen ze niet de waardigheid van het Haïtiaanse volk. En de ervaring leert dat dit inefficiënt is en bovendien immoreel !

Natuurlijk berust een deel van de verantwoordelijkheid ook bij de Haïtiaanse leiders die, zoals veel leiders in het Noorden als in het Zuiden, de leefsituatie van hun bevolking onvoldoende kennen en hun inwoners te weinig betrekken in het proces van de wederopbouw van hun stad en land. Het is hun dwingende taak mét alle inwoners de staat te heropbouwen en niet met slechts enkelen. Maar het is zeer onrechtvaardig om uitsluitend aan de bewindvoerders van het getroffen land de vraag te stellen : “Waaraan is het geld van de donors besteed ?” De zaken zijn ingewikkelder dan dat men ons wil doen geloven. De openbare opinie moet beter en vollediger geïnformeerd worden dan alleen door ’alarmkreten’ die leiden tot overhaaste uitspraken en tot het wegmoffelen van de verantwoordelijkheid van donorlanden en internationale organisaties.

Bron : Team ATD Vierde Wereld, Port-au-Prince, Haïti.

http://www.atd-quartmonde.org/Le-quotidien-toujours-tres.html