Een beleid dat armoede tolereert, rust op drijfzand

Artikel geplaatst 18 december 2014 Print Friendly

Een beleid dat armoede tolereert, rust op drijfzand

Vele burgers van dit land stellen hoge verwachtingen in de nieuwe regering. Ongeacht hun politieke overtuiging begrijpen ze dat een gebrek aan beleid steeds nadelig is. Het uitstellen van beslissingen is een vorm van conservatisme, en de chaos die eruit volgt opent de poort voor de wet van de jungle waarbij de zwakste steeds verpletterd wordt. De regering wacht een zware taak waarbij zij delicate keuzes zal moeten maken. Sommige daarvan zullen op niet veel bijval kunnen rekenen, maar daar ligt het probleem niet.

Inderdaad, als verdedigers van mensenrechten positioneren wij ons niet als een vereniging die de rechten van een bepaalde sociale categorie verdedigt. Wij zijn eerder van mening dat iedereen erbij te winnen heeft indien men respect opbrengt voor de armen en luistert naar wat zij te vertellen hebben. Indien politieke beslissingen heilzaam willen zijn voor de ganse samenleving, zullen zij ook rekening moeten houden met de meest kwetsbaren onder ons. Dat kan een veeleisend criterium lijken maar het is het enige geldige indien wij willen komen tot een burgerdemocratie die niemand uitsluit.

U en ik, wij allen dromen van een solidaire en rechtvaardige maatschappij waarin alle burgers, rijk en arm, jong en oud, onmisbare schakels zijn bij de bouw van een mensheid vrij van armoede. Laat dit duidelijk zijn: de strijd tegen de armoede is niet de strijd tegen de armen. Zij zijn immers de eerste bewerkers van de bevrijding en een goed beleid moet ervoor zorgen dat zij als dusdanig erkend worden. Zo niet doen wij ze wegzinken in de stilte en de vergetelheid en worden zij opgesloten in hun schaamte en hun afhankelijkheid. Zo niet worden zij beschouwd als een rem op ieders vooruitgang. En morgen zal men dan, onder het mom van de armoedebestrijding, de plaatsing van kinderen uit arme gezinnen aanmoedigen.

Een goed beleid zorgt ervoor dat ieder daarin zijn rol kan spelen. Het is een samenleving onwaardig indien zij geen oog heeft voor de ervaringen, de geschiedenis en het gedachtegoed van haar meest kwetsbare leden. Een dergelijke attitude geeft eerder blijk van misprijzen en onverschilligheid. Bovendien is het een enorme verspilling geen gebruik te maken van deze ervaringen, deze geschiedenis, dit gedachtegoed! De arme gezinnen doen permanent crisiservaring op en zij weten, beter dan anderen, met een crisis om te gaan. Terwijl men altijd en overal praat over economie en zuinigheid, kunnen wij een dergelijke verspilling niet aanvaarden. Bovendien is, macro-economisch gezien, een beleid dat mensen aan de kant laat op termijn onhoudbaar. De toename van de ongelijkheid heeft een negatief effect op de vooruitgang. De conducteur die wagons afkoppelt van de locomotief om de trein te laten versnellen, schiet zichzelf in de voet!

De regering benoemde een staatssecretaris « voor de bestrijding van de fiscale fraude, voor de bescherming van de privésfeer en voor de Noordzee, toegevoegd aan de minister voor Sociale Zaken en Openbare Gezondheid ». Dat is een eigenaardige combinatie van bevoegdheden die een verband suggereert tussen sociale zaken en fraude. De regering is dan ook een uitleg verschuldigd aan alle arme mensen in dit land. En al wordt hun stem haast niet gehoord, toch zijn ze met velen, zij die geen andere keuze hebben dan de strijd voor dagelijkse overleving. Personen die leven in precaire omstandigheden zouden dus geassimileerd worden met potentiële fraudeurs? Gisteren bestreed men de landloperij als zijnde gevaarlijk, vandaag stelt men iemand die uitgesloten werd uit het arbeidscircuit gelijk met een sociale profiteur die men moet controleren.

Die politiek van steeds scherpere controle doet ten minste drie vragen rijzen.

Er heerst verregaande eensgezindheid over het feit dat de minimum sociale uitkeringen (1.089 €/maand voor een gezin en 817 €/maand voor een alleenstaande) ver onder de armoededrempel liggen gedefinieerd door de Europese normen (2.100 € voor een gezin met twee kinderen en 1.000 € voor een alleenstaande). Met andere woorden: het minimum inkomen is duidelijk onvoldoende en laat op termijn niet toe een waardig leven te leiden. Dat wordt door de regering erkend vermits zij de intentie heeft deze uitkeringen op te trekken tot het Europees niveau. Maar dat is slechts een intentie en geen engagement. Overigens geeft het regeerakkoord aan dat men vooreerst de controles zal opvoeren waardoor alle arme mensen, die hun plan moeten trekken om te overleven, onvermijdelijk in de illegaliteit zullen terechtkomen. Als plantrekken gelijk gesteld wordt met een misdrijf worden ze allen opgesloten in de criminaliteit en de rechtsonzekerheid. Dat soort politiek schaadt het burgerschap en de vrijheid niet alleen van de armen die tot de clandestiniteit veroordeeld worden, maar ook van iedereen. Men kan immers het burgerschap en de vrijheid van de enen niet bouwen op het gedwongen stilzwijgen en de opsluiting van de anderen.

Laat ons ook eens nadenken over het nut van dit verschil in uitkering. Het minimum inkomen van twee alleenstaanden is beduidend hoger dan dat van een samenwonend koppel. Het systeem penaliseert dus het koppel en zet aan tot geïsoleerd leven. En dat is wel een eigenaardige logica in een land dat een gezinsvriendelijk klimaat wil scheppen! Het was ten andere deze logica die indertijd toegepast werd toen men bij een fiscale hervorming de decumul van de inkomens van echtgenoten invoerde en hierdoor een belastingsvermindering toestond. Deze maatregel heeft nochtans de gemeenschap al veel geld gekost in termen van fiscale inkomsten. Op deze manier worden bemiddelde belastingplichtigen aangezet tot samenwonen terwijl voor uitkeringsgerechtigden het omgekeerde geldt. Voor de enen geeft men voorrang aan het respect voor het gezinsleven, voor de anderen zijn budgettaire beschouwingen belangrijker. Nochtans heeft iedereen hetzelfde recht op een gezinsleven. Deze discrepantie, die men zou kunnen vermijden, vindt haar oorsprong in het feit dat de stem van de allerarmsten op politiek niveau nauwelijks gehoord wordt. Om dit op te lossen zou men het principe moeten aanvaarden van de geïndividualiseerde uitkering, identiek voor iedere rechthebbende, of hij nu alleenstaand of samenwonend is.

Tenslotte weet men dat controle gelijkstaat met binnendringing in de privésfeer, zelfs in intieme aspecten ervan. Hoe kan men immers oordelen of een verschillende officiële woonplaats het gevolg is van een stukgelopen gezin dan wel van een financiële logica en dus de bedoeling tot fraude? We bevinden ons daar op zeer glad terrein. Het respect voor de privésfeer moet in een democratie vanzelfsprekend zijn. Nochtans wordt dat benadrukt door de creatie van een staatssecretariaat dat dit respect zou moeten beschermen. Men kan zich dus al voorstellen welke misbruiken de toenemende controles op de armen zullen meebrengen, zelfs in de ogen van de nieuwe regering.

Het regeerakkoord stelt een nultolerantie voorop voor alle vormen van geweld. Het vermeldt hier o.a. gendergerelateerd of seksueel geweld, homofobie,… Nochtans is armoede eveneens een vorm van geweld. Dit werd onlangs nog benadrukt door iemand die dat reeds lang moet ervaren: “Met welk recht maakt men vandaag van ons bedelaars en morgen criminelen?” Zijn wij ons voldoende bewust van deze vorm van geweld?

Georges de Kerchove,
Voorzitter van ATD Vierde Wereld.

Vertaald door Jacques Vanderstappen