Een goede werkkracht.

De weg naar een job was lang voor Jan. Met de steun van mensen in zijn omgeving maakte hij het waar. Of hij ooit nog zo’n kansen krijgt, vraagt hij zich nu af. Een collega vertelt.
Artikel geplaatst 2 december 2014 Print Friendly

Een goede werkkracht.

Ik werk in een bouwbedrijf. Tijdens de economische crisis van 2008 was het moeilijk voor scholen om stageplaatsen te vinden voor hun leerlingen uit het technisch onderwijs. Voor een jongere zoals Jan, uit het bijzonder beroepsonderwijs, was solliciteren voor een stageplaats -waarvoor hij moest leren zelf de stappen te zetten- nog moeilijker. Hij was bij ons bedrijf langsgekomen maar niet aangenomen. Later, dank zij een leerkracht die met ons contact opnam, kon hij toch drie weken stage komen doen. Een eerste contact met de werkvloer is niet gemakkelijk. Hij mocht ook - omwille van veiligheidsvoorschriften - niet alles doen.
Die weken, maar ook de volgende jaren van zijn opleiding, werken we samen. Met enkele collega’s die zelf ook stage hebben gedaan als jonge arbeider, weten we wat het betekent om soms werk te doen dat niet relevant is voor je stage. Naast hem staan vraagt veel aandacht en energie; ik ben ’s avonds dikwijls echt op. Maar hij is het waard.

2011. Jan loopt het derde jaar stage bij ons. Hij staat nu 3 dagen per week naast mij en werkt alsof zijn leven ervan afhangt. Hij kent de gewoonten van het bedrijf. Stilaan zijn ook anderen rondom hem gaan zien dat hij een goeie werkkracht is. Tot de productiechef toe, aan wie een collega zegde dat het een stommiteit zou zijn Jan niet aan te werven. In september krijgt hij een arbeidscontract. En fier dat hij is! Ook voor mij is het een van de mooiste dagen van mijn arbeidersstrijd. De weg was lang.

" Vandaag ben ik met Jan echt mijn geduld kwijtgeraakt. Een eenvoudige opdracht begrijpt hij nog niet. Dan zie ik dat hij begint tilt te slaan. Ben ik dan zo slecht bezig met hem? Als hij niet op mij kan rekenen heeft hij veel moeite. Maar ik moet ook op hem kunnen rekenen. Ik probeer dicht bij hem te staan als hij iets niet kan of verkeerd doet. ’Je bent niet dom. Hoor je dat? Je bent niet dom. En als ik kwaad ben dan is het omdat ik wil dat je je werk behoudt.’ Hij zegt: ’Dat weet ik’. "

2013. Herstructurering. Een berekening van de baas komt op tafel: hetzelfde werk kan gebeuren met een derde van de arbeiders minder. Dat zijn de cijfers. Van de onderhandelaars kennen er maar drie van de negen de gezichten, de namen, stukjes geschiedenis van de arbeiders. Mijn mening wordt gevraagd. Ik moet denken aan wat mijn beste vriend zei: "Als ik iemand geen brood kan geven, mag ik hem het brood dat hij heeft ook niet afpakken". Hij was het die mij als jonge arbeider de stiel leerde.

"Nu Jan het werk in de vingers begint te krijgen, staat hij waarschijnlijk als eerste op de ontslaglijst. Wat gebeurt er met Jan, met Gerard, een andere jongere die hier ook stage deed, en met zoveel anderen als zij? Hun handen vragen naar werk. Dit wordt ook mijn grootste mislukking. Ik kan een vloek niet onderdrukken.
En dan wil de regering jongeren activeren Ze moeten aantonen dat ze op zoek gaan naar werk. Anders worden ze van de werkloosheid gesmeten. Als Jan na die jaren het beste van zichzelf gegeven te hebben wordt afgedankt, waar zal hij dan de moed halen?"

We hebben Jan en de andere ontslagen arbeiders opgewacht na het ondertekenen van hun ontslag. We zagen hun gezichten toen ze buitenkwamen. Iedereen was lamgeslagen. Ook wij. Nu beseffen we nog meer dat bij de onderhandelingen alles om geld draaide, zelfs voor de vakbond die financieel het onderste uit de kan probeerde te halen. Maar voor onze ontslagen collega’s was de ontslagpremie niet het belangrijkste. Hun toekomst en die van hun gezin is gestolen.
Jan zegt maar enkele woorden: "Hier aanvaardde iedereen mij zoals ik ben. Waar zal ik nog werk vinden? Jullie hadden veel geduld met mij."

Ik voel me moedeloos en schuldig aan deze ontslagen, ook al heb ik er niet om gevraagd. Ik voel vooral dat de wereld op zijn kop staat: de wereld van de cijfers staat tegenover de wereld van de mensen, de genadeloze wereld tegenover die van de toekomst voor mensen. Waarom blijven we dit aanvaarden?

Opgetekend door Herman Van Breen