Het dubbelspoor van werk en welzijn

De visie van Ides Nicaise

Artikel geplaatst 23 december 2010 Print Friendly

Het dubbelspoor van werk en welzijn

Een job voor iedereen? Het is geen wondermiddel om de armoede te bestrijden. Werk en welzijn moeten aan elkaar gekoppeld worden. Investeren in mensen en hun keuzemogelijkheden vergroten, dat is de aanpak waar Ides Nicaise voor pleit, steunend op de ideeën van Nobelprijswinnaar Amartya Sen.

Geen wonder dat armoede blijft bestaan, zegt Ides Nicaise. Het armoedebeleid loopt op oude schoenen. We leven in een kennismaatschappij, de rijkdom krijgt vaart op de vleugels van de kennis. Maar armoede wordt nog steeds bestreden met het vroegere model van de actieve welvaartsstaat.

De welvaartsstaat van de jaren ’50 en ’60 van vorige eeuw was gebaseerd op inkomensherverdeling. De sociale zekerheid moest beletten dat het verlies van werk je ook meteen in de armoede zou duwen. Het orgelpunt was de invoering van het bestaansminimum, nu leefloon, in 1974: ook mensen die niet voldoende konden bijdragen om in aanmerking te komen voor de verzekering konden voortaan rekenen op financiële solidariteit.

Bocht van welvaartsstaat
In de jaren ’80 ontspoorde deze welvaartsstaat. Na twee olieschokken ontstond een grote en blijvende werkloosheid, vooral bij de zwakste groepen. Er was geen wederkerigheid meer in het systeem: zij die beroep deden op uitkeringen hadden vaak te weinig kunnen bijdragen, terwijl de betalers vaak weinig behoefte hadden aan uitkeringen. De solidariteit kwam onder druk. Maar ondertussen was ook duidelijk dat een leefbaar inkomen op zich niet volstond om armoede tegen te gaan. Pas als je werk hebt participeer je echt aan de samenleving. De welvaartsstaat moest dus jobs scheppen en zo kwamen we op de weg van de ‘actieve welvaartsstaat’ die vervolgens een bocht maakte. Het recht op participatie werd geleidelijk vervangen door de plicht om actief te zijn, het recht op een menswaardig inkomen door een systeem van prikkels en sancties om de werkbereidheid in stand te houden.

Op de Europese top te Lissabon in 2000 werd de welvaartsstaat van de derde generatie boven de doopvont gehouden: de kennissamenleving. De EU-landen werden aangespoord tot belastingverlagingen voor kennisintensieve bedrijven, grotere inspanningen voor onderzoek, investeringen in onderwijs en levenslang leren. Maar in de armoedebestrijding is dit niet meer dan een bijlage. Wie ligt wakker van het stijgend aantal jongeren dat zonder diploma de school verlaat? Wie pakt de drempels aan die laaggeletterde volwassenen beletten om opnieuw te gaan leren?
De actieve welvaartsstaat heeft nog waarde: ook een kennissamenleving moet tewerkstelling kunnen scheppen. Maar activering zonder investering in de kennis en vaardigheden van de armen is ‘domme activering’. Arme werklozen worden werkende armen.

Onrealistische eisen
Een vaststelling die op zijn minst de wenkbrauwen doet fronsen: ‘Hoe meer een land uitgeeft aan actief arbeidsmarktbeleid, hoe meer sociale uitsluiting’. Tot die conclusie kwam Ides Nicaise na onderzoek in dertien landen van de Europese Unie. Als je even doordenkt zijn er verschillende redenen waarom activering op grote schaal tot meer armoede kan leiden. De activeringsjobs zijn vaak deeltijds, tijdelijk, slecht betaald. Ze kunnen zelfs volwaardige jobs verdringen. Als mensen het voorgestelde traject niet volgen of als ze afhaken, kunnen sancties hen in de armoede duwen. Een actief arbeidsmarktbeleid kost geld en dus is er minder geld beschikbaar voor werkloosheidsuitkeringen, die men trouwens laag wil houden, om mensen te stimuleren toch de jobs met lage kwaliteit aan te nemen. Tenslotte kan de leefsituatie van een individu of gezin uit balans raken, omdat er onrealistische eisen worden gesteld.

Bevrijding
Armoede is een gebrek aan mogelijkheden. Dat zegt Nobelprijswinnaar Amarya Sen. Het belangrijkste, volgens deze Indiase econoom, is de menselijke vrijheid: de mogelijkheid van mensen om te realiseren wat zij waardevol achten. ‘Activering zou voor mensen in armoedesituaties dan ook meer een bevrijding dan een dwang moeten zijn’ aldus Ides Nicaise, ‘want dwang vermindert de keuzeruimte. Welzijn is niet alleen een kwestie van werk en inkomen maar van de keuzevrijheid die een mens heeft in levensdimensies als gezondheid, sociale participatie, werk, wonen, cultuur’.
De maatschappij profiteert ervan als individuen zich maximaal kunnen ontplooien. Om de vermogens van elk individu te vergroten is een behoorlijk inkomen belangrijk, maar dat is niet het enige. Ook het menselijk kapitaal speelt een rol en dat heeft te maken met kennis en vaardigheden, met gezondheid en psychisch welzijn. De deelname aan het verenigings- en culturele leven, een goede vriendenkring, een warme thuis - het sociale en culturele kapitaal dus - vergroten eveneens de mogelijkheden om zich te ontplooien.


We leven in een kennismaatschappij, de rijkdom krijgt vaart op de vleugels van de kennis. Jongeren krijgen gelegenheid de mogelijkheden van het internet te ontdekken tijdens een bijeenkomst in het Huis van de Kennis, het cultureel centrum van ATD Vierde Wereld in Brussel.

Werk en welzijn
Terug naar de arbeidsmarkt. Werk en welzijn moeten aan elkaar gekoppeld worden. Een reguliere job blijft het ultieme doel, maar elke vorm van arbeid, ook vrijwilligerswerk en zorg, moeten tot de waaier van doelen kunnen behoren. Het volstaat niet om mensen ‘af te leveren’ in een arbeidsplaats. Er is nazorg nodig en coaching. De onzekerheid op allerlei vlakken, met ook het risico op mislukking, vergen een heel flexibele benadering met een regelmatige evaluatie en bijsturing. Voor de meest kwetsbare werkzoekenden is een langdurige ondersteuning nodig. Begeleidingstrajecten mogen niet beperkt worden in de tijd. Met haar ervaring is de VDAB de poortwachter op dit domein, maar ook welzijnsorganisaties en andere spelers op de arbeidsmarkt kunnen de regie van de begeleiding in handen nemen.
Op het dubbelspoor van werk en welzijn kunnen meer mensen met meer succes hun talenten ontplooien.

Basis voor dit artikel:
Nicaise I. (2009), Recht op arbeid, in: Van Geyt M. (red., 2009), De strijd aan de onderkant word bitser, Berchem: VLASTROV / Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p 54-59
Bewerking voor het Vierdewereldblad, door M.T. Poppe

Ides Nicaise is professor aan de K.U. Leuven en onderzoeker aan het HIVA (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving). Zijn vakgebied is economie.
Ides Nicaise is medestander van ATD Vierde Wereld.

Dit artikel is gepubliceerd in het Vierdewereldblad, november-december 2010 en sluit aan bij ‘Geen job, geen plaats in de samenleving?’ in Vierdewereldblad, september-oktober 2010. Klik hier voor de PFD-versies van deze Vierdewereldbladen