OPINIE: Wonen

Artikel geplaatst 25 maart 2016 Print Friendly

Begin dit jaar wees sociologe Jana Verstraete ons op het hoge aantal uithuiszettingen. Wekelijks belanden er tot 250 huishoudens op straat. Dit hoge aantal zou volgens het Netwerk tegen Armoede vooral het symptoom zijn van de Vlaamse wooncrisis: “een krapte op de private huurmarkt, een acuut tekort aan sociale woningen en fors stijgende energieprijzen”. Maar deze crisis geeft daarenboven mede aanleiding tot heel wat andere negatieve symptomen, gaande van slechte woonomstandigheden tot discriminatie op de private woonmarkt.
Welnu, het zijn juist deze symptomen die mensen in armoede bovengemiddeld treffen. Keer op keer trachten ze naar best vermogen met de nodige veerkracht en creativiteit hiermee om te gaan. Vanuit hun ervaringsdeskundigheid kunnen zij ons dan ook van binnenuit vertellen hoe deze ‘abstracte’ crisis hen treft en ons aanwijzingen aanreiken hoe het beter kan. Deze aanwijzingen kunnen vervolgens in dialoog met professionele en academische kennis een leidraad vormen voor het beleid.

 

Sociale discriminatie
Zo zei een deelnemer recentelijk tijdens een Volksuniversiteit van de Vierde Wereld rond de zoektocht naar een goede woning – een vorming van ATD Vierde Wereld waarin mensen in armoede uit heel Vlaanderen het woord leren nemen: “Ik heb ook achter een woning gezocht. Telkens ik naar een huis ging kijken en als ze hoorden dat ik kinderen had, werd het van ‘ik zal wel eens terugbellen’. De immobiliën hebben wel verschillende kandidaten. Ze kijken naar het inkomen. Degenen die er beter voorstaan, kunnen beter aanvaard worden door de huisbaas. Het is nog altijd de huisbaas die beslist wie ze nemen. Zo werd ik gediscrimineerd om aan een woning te geraken.” Een deelneemster uitte in verband hiermee: “De huisbaas kiest wie hij denkt dat de beste is, maar dat kan ook tegenvallen.” Mede hierdoor kon de zoektocht naar een woning voor sommige deelnemers twee jaar en voor één deelneemster zelfs vier jaar aanslepen.
De wooncrisis zorgt ervoor dat de verhuurders een grote keuze hebben aan kandidaat-huurders en zo de ‘minst aantrekkelijke’ kandidaten al snel aan de kant schuiven. Een andere deelneemster vergeleek deze selectie dan ook met “een keuring van mensen”, zowel op basis van je uiterlijk als op basis van je werkstatus, aantal kinderen,... Tegenover uitkeringstrekkers en mensen die bij een vorige woonst moeite hadden hun huur te betalen of waarvan het OCMW de waarborg voorschiet, bestaat meer bepaald veel wantrouwen.
De verhuurder vraagt namelijk vaak een loonbrief of belt soms zelfs naar de vorige eigenaar voor inlichtingen. Al snel krijg je als huurder met een laag inkomen in deze context het deksel op je neus. Een deelnemer zei hierover: “Als je aan een eigenaar/agentschap zegt dat de huurwaarborg van het OCMW komt, dan kan je ernaar fluiten.” Op vlak van gezinssamenstelling merken we op dat grote gezinnen en alleenstaanden het snelst uit de boot vallen.

 

Een onwaardige realiteit
Deze getuigenissen en reflecties tonen aan dat de wooncrisis zich onder andere uit in concrete discriminatiepraktijken. Mede hierdoor zijn de allerarmsten vatbaarder voor onbetrouwbare huisbazen en komen ze vlugger in slechte woonomstandigheden of op straat terecht. Een deelnemer verwoordde het als volgt: “Soms moest ik de keuze maken tussen ‘een dak boven het hoofd’ hebben, maar in een huis met mankementen, of ‘op straat staan’ met mijn gezin.”
Dit is een onwaardige realiteit die we kost wat kost moeten tegengaan. Zij is niet goed gekend en wordt te vaak onderschat. Tijdens de Volksuniversiteit van de Vierde Wereld geven we hieraan niet enkel woorden, maar zoeken we ook naar concrete voorstellen. Zo zou het beleid categorieën in verhuurprijzen kunnen invoeren en deze kunnen koppelen naar gelang de staat van de woning en haar energieverbruik. Ook zou meer controle binnen de private huurmarkt verkrotting kunnen tegengaan. Leegstaande gebouwen zouden ten slotte kunnen verbouwd worden tot sociale woningen.

 

Het academische en professionele overwicht
Spijtig genoeg komen in de dominante Vlaamse media bij de toelichting van sociale kwesties zoals de wooncrisis en haar symptomen nog steeds voornamelijk academische en professionele deskundigheid aan bod. Buiten het feit dat deze eenzijdige insteek een onvolledig verhaal aflevert, onderschat hij de inbreng van mensen in armoede. Kortom, hij geeft hen onvoldoende de erkenning die hun inbreng verdient en onderhoudt zo onrechtstreeks hun uitgesloten positie. Stigmatiserende en foutieve vooroordelen tegenover mensen in armoede zoals het individuele schuldmodel (‘ze moeten gewoon beter hun best doen’) kunnen op deze manier minder effectief bestreden worden.

 

Wouter Coolen
Permanent werker ATD Vierde Wereld