Op zoek naar de armsten in de Ardennen

Artikel geplaatst 12 september 2016 Print Friendly

Op zoek naar de armsten in de Ardennen

Marc en Monique Couillard leerden elkaar 35 jaar geleden kennen tijdens een jongerenkamp van ATD Vierde Wereld in Frankrijk. Marc is Fransman, Monique is Belgische. Met Beauraing als uitvalsbasis, gaan ze sinds vier jaar op weg met mensen in armoede in de Ardennen.

 

 

Hoe hebben jullie ATD Vierde Wereld leren kennen?
Marc: In 1959 kwam ik als zesjarige samen met mijn familie aan in het barakkenkamp van Noisy-le-Grand. Daar, te midden van mijn vrienden, voelde ik een grote onrechtvaardigheid. Dat gevoel is de kern van mijn engagement. Door elke woensdagnamiddag samen met Père Joseph boeken te lezen met de bewoners van La Campa, een sloppenwijk ten oosten van Parijs, zag ik dat we niet de enigen waren. Ik besefte dat we door samenwerking dingen konden veranderen. Daarom wilde ik van kleins af aan volontair worden van ATD Vierde Wereld, maar Père Joseph zag me liever gaan werken. Ik heb 35 jaar als buschauffeur gewerkt, dertig jaar in Brussel en vijf jaar in Charleroi en dit als “volontair aan het werk”. Ik was de brug tussen de arbeiderswereld en mensen in armoede. Je kan zeggen dat ik begonnen ben als militant en geëindigd als volontair, maar door mijn werk was ik ook medestander.
Monique: Op het einde van het middelbaar in 1971, maakte ik een eindwerk over armoede in Europa. Zo kwam ik terecht op het eerste secretariaat van ATD Vierde Wereld. Maar er knaagde iets. Het voelde alsof ik misbruik had gemaakt van de situatie van mensen in armoede om zelf een goed eindwerk te kunnen schrijven. Daarom nam ik die zomer deel aan een jongerenkamp van ATD Vierde Wereld in Pierrelaye, Frankrijk. Daar maakte ik echt kennis met de beweging… én met Marc. Op het einde van dat kamp besliste ik het roer volledig om te gooien. Ik zei mijn kot in Leuven op waar ik geneeskunde zou studeren en schreef me in voor de studies van opvoedster. Een van de volontairs op het kamp die me geïnspireerd had, werkte als opvoedster met jonge meisjes en ik spiegelde me aan haar. Na mijn studies werkte ik halftijds in de klas van een andere volontair. Ik was bruggenbouwer: op school vertegenwoordigde ik de gezinnen en bij de gezinnen vertegenwoordigde ik de school. Nu werk ik onder meer voor de vorming Kruising van Kennis.

 

Jullie hebben al aan heel wat projecten meegewerkt binnen ATD Vierde Wereld. Hoe zijn jullie uiteindelijk in Beauraing terechtgekomen?
Monique: In 2012 voelden we ons opgebrand, we waren toe aan rust. We gingen op zoek naar een betaalbare woning op een rustige plek. We kenden de omgeving van Beauraing van vakanties. Het leek ons de ideale plek om op adem te komen. Maar al gauw botsen we ook daar op onrecht. Het eerste huis dat we bezochten had geen wateraansluiting, geen elektriciteit en lag ver van de bewoonde wereld. Toch woonde hier een alleenstaande mama met drie kinderen. En dit bleek geen alleenstaand geval. Door onze huizenjacht leerden wij veel arme plaatsen kennen in de omgeving van Beauraing. Je moet weten dat er in Wallonië ongeveer tienduizend mensen op domeinen of campings leven, van wie tweeduizend in Hastière, vlakbij Beauraing. Op deze plekken is vaak geen water en elektriciteit. De regio telt de hoogste werkloosheidsgraad van Wallonië. Marc waande zich soms opnieuw in Noisy-Le-Grand. Uiteindelijk vonden we een mooi huisje waar we nog wat werk aan hadden. Elk weekend werkten we erin en zo leerden we de gastvrijheid van de streek kennen. Onze buren brachten soep, pannenkoeken,… Onze buurvrouw, een jonge vrouw met een zoontje, hielp ons samen met haar vrienden verhuizen. Maar ook hier werden we getroffen door de vooroordelen tegenover mensen in armoede, de manier waarop bijvoorbeeld naar haar en haar zoontje werd gekeken door de andere buren. Ze droeg een zware last met zich mee.

 

Hoe is jullie groep ontstaan?
Marc: Geleidelijk aan en vrij toevallig. Eigenlijk wilden we op het moment van onze verhuis naar Beauraing het voluntariaat verlaten. Maar het Nationaal Team zag dit als een kans om nieuwe mensen te leren kennen in de Ardennen. We lieten ons overhalen… Tijdens een vergadering met de groep in Molenbeek, kondigde ik onze verhuis aan. Een van de militanten bleek iemand te kennen op een domein in Hastière, niet ver van Beauraing. We gingen op bezoek bij hem. Die persoon bleek dan weer anderen te kennen.
Monique: Onze groep heeft ook mee vorm gekregen door Gianni, een jonge Italiaan die in het prille begin vier maanden met ons heeft doorgebracht als stagiair.
Marc: Ik kende de mensen uit de streek en legde het eerste contact. Gianni ging met hen in gesprek, nam notities, schreef hun verhaal uit en ging daarna meermaals terug om te bekijken of alles wel klopte. De mensen die hij ontmoette, maakten ook ontmoetingen met nieuwe mensen mogelijk. En zo ontstond onze groep.

 


Monique tijdens de Volksuniversiteit in Hastière op 23 april (foto: Julian Hills)

 

Welke acties ondernemen jullie met de groep?
Monique: ATD Vierde Wereld is voornamelijk actief in de steden. Dit was een kans om armoede op het platteland te ontdekken en contacten te leggen. Maar de mensen die we leerden kennen wilden acties ondernemen en deelnemen aan de Volksuniversiteit. We hebben uiteindelijk naar hen geluisterd. De helft van de tijd werken we aan de voorbereiding van de Volksuniversiteit. Daarnaast hebben we nog enkele acties.

 

Kunnen jullie iets meer vertellen over die activiteiten?
Monique: Op het domein in Hastière wonen een tweehonderd gezinnen, erg geïsoleerd van de rest van het dorp. Er is een hoge werkloosheidsgraad en veel kinderen gaan naar het buitengewoon onderwijs. Vele gezinnen zien de toekomst somber in. Met “Operatie talenten” willen we bewijzen dat deze ouders en kinderen talenten hebben. Het domein is een gesloten wereld en dat willen we doorbreken. “Operatie talenten” zijn drie dagen vol workshops en ontmoetingen op het domein. De workshops worden geleid door de bewoners zelf. Een vrouw die een atelier met kinderen leidde zei: “ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen”. De ateliers zijn de ideale manier om elkaar te leren kennen en met een andere blik naar elkaar te kijken. We zijn dit jaar al aan de derde editie toe. Er nemen nu ook mensen en organisaties van buiten het domein deel.
Marc: We vertrekken vanuit wat de mensen zelf willen. Ze kennen vaak ook mensen met een of ander vaardigheid. Onze rol is om de banden die er gesmeed worden te ondersteunen. De rest gebeurt vanzelf.
Monique: Met ons schoolproject werken we zowel op lokaal als op nationaal niveau. De groep is zeer betrokken bij het nationaal project “Onze ambities voor school”. Dit is een project waarin professionelen uit de onderwijswereld, ouders en adolescenten met armoede ervaring samen komen om voorstellen te formuleren opdat iedereen, ook jongeren in armoede, op school zou kunnen slagen. Verder organiseren we lokaal ook ontmoetingen, zoals bijvoorbeeld tussen een onderwijsinspecteur, leerkrachten en families.
Marc: De jongeren zijn hiervoor sterk vragende partij. Dit verbaast de professionelen regelmatig.
Monique: Er zijn leden van de groep die niet kunnen lezen of schrijven. Zij vonden dat hier iets aan gedaan moest worden. Marc en ik kunnen dat niet op ons nemen, maar door het project Kruising van Kennis had ik contact met een leerkracht van een alfabetiseringsorganisatie.
Marc: Nu nemen leden van onze groep deel aan de vorming “lire et écrire”, maar komen ook deelnemers van “lire et écrire” naar onze groep.

 

En slagen jullie erin ATD Vierde Wereld bekend te maken en nieuwe vrienden te maken?
Monique: Ik denk dat dit toch wel gelukt is. Dat we als groep konden groeien hebben we ook te danken aan ons gemeentebestuur. Zij staan heel open voor samenwerking en ondersteunen onze activiteiten. Toen we de Volksuniversiteit in de regio wilden organiseren, hielpen ze ons meteen bij het zoeken van een zaal. Toen we de zalen gingen bekijken, voelden we ons wat ongemakkelijk: dit zouden we nooit kunnen betalen. Maar ze stelden ons meteen gerust: de gemeente zou dit betalen, net zoals de autobus die mensen van het station in Dinant naar de locatie zou brengen. Ze investeren niet alleen geld, maar ook tijd. Het is een enorm warme streek, met gastvrije en vriendelijke mensen die altijd klaar staan om te helpen.
Marc: De gemeente raadpleegt ons nu ook regelmatig wanneer ze acties ondernemen om op die manier ieders stem te horen. De relatie die we met de gemeente hebben is verbazingwekkend.
Monique: In een lokale krant stond eens een artikel over het domein in Hastière, dat heel beledigend was voor de gezinnen. Ze waren furieus. We kwamen samen om na te denken wat we hem wilden zeggen. We nodigden hem uit voor 17 oktober, hij kon niet, maar wilde ons wel ontmoeten. Daarna schreef hij een mooi artikel over de strijd van deze gezinnen. We hadden er een vriend bij.

 

Uit hoeveel gezinnen bestaat de groep momenteel?
Monique: We hebben contact met een 45-tal gezinnen. Maar er komen nog steeds nieuwe mensen bij. We ontmoeten mensen in een straal van 40 km rond Beauraing.
Marc: Mensen vragen ons soms hoe we nieuwe gezinnen motiveren om verder te gaan en steeds op zoek te gaan naar nieuwe mensen. Wel, wij hoeven hen niet te motiveren. Ze zijn gemotiveerd. Het is alsof ze er al twintig jaar op gewacht hebben. Het enige wat Monique en ik hen bieden is de mogelijkheid om samen te komen en te praten.

 

Wat is jullie droom en hoop voor de toekomst?
Monique: We hopen dat er een sterk netwerk gevormd wordt in de streek, zodat het werk ook zonder ons kan verder gezet worden.
Marc: Zelf zou ik graag nog eens een rondreis maken om mijn vrienden uit Noisy-Le-Grand terug te zien en met hen te spreken over hoe zij de tijd in het kamp hebben beleefd.
Monique: En voor ons beiden blijft het ook de uitdaging om aan de buitenwereld uit te leggen waar we met ATD Vierde Wereld voor staan.

 

 

Sara Philips – Evelien Lambrecht