Oproep aan de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker.

Artikel geplaatst 26 juli 2014 Print Friendly

Oproep aan de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker.

Op 30 juni 2014 schreef de Internationale Beweging ATD Vierde Wereld een brief aan de heer Jean-Claude Juncker. Armoede en ongelijkheid nemen toe in Europa. Daarom moet er vanuit de Europese Unie een sterk signaal komen:
1. armoedebestrijding moet voorrang krijgen en gericht zijn op alle beleidsdomeinen
2. de allerarmsten moeten deel uit maken van het politiek debat
3. schendingen van rechten en discriminaties ten gevolge van extreme armoede moeten onderzocht worden.

“De Beweging ATD Vierde Wereld wenst uw aandacht erop te vestigen dat er vanuit Europa dringend een sterk signaal moet komen in de strijd tegen de extreme armoede en de sociale uitsluiting. Ondanks ernstige inspanningen, zoals die geleverd door de Commissie in het kader van Strategie 2020 en in haar strijd voor fundamentele rechten, moeten wij vaststellen dat extreme armoede, ongelijkheid en sociale uitsluiting verder terrein winnen.

Zoals u weet, is extreme armoede niet in de eerste plaats een financiële kwestie, het is tevens een kwestie van waardigheid en ook van burgerzin. Het is precies door mensen die lijden onder uitsluiting, samen te brengen dat het mogelijk wordt duurzame oplossingen te vinden voor het mentale geweld waaronder onze medeburgers door de armoede gebukt gaan. De voorstellen die u in de brochure “Een Europa zonder uitsluiting en armoede uitdenken en opbouwen” vindt, putten daarom hun kracht uit een uniek participatief proces ontstaan in een vereniging van personen die extreme armoede aan den lijve ondervinden. Eindpunt van dit proces was de Europese Volksuniversiteit van 5 maart laatstleden georganiseerd in het Europees Parlement door de werkgroep “Extreme armoede en mensenrechten”.

Op het ogenblik dat u op het punt staat de voornaamste prioriteiten van de Europese Commissie voor de periode 2014-2019 vast te leggen, willen we speciaal uw aandacht vragen voor drie domeinen waaraan u als Voorzitter van de Commissie een nieuwe impuls kunt geven:

Op politiek gebied moeten allereerst prioriteiten gesteld worden. In dat verband lijkt het me fundamenteel dat het toekomstig werkprogramma van de Commissie aan de strijd tegen uitsluiting en grote armoede een strategische voorrang zou verlenen. Deze strijd moet betrokken worden bij alle beleidsopties van de E.U. en een vast element worden van alle impactstudies. De brochure doet hiervoor veelvuldige concrete voorstellen die snel zouden kunnen geïmplementeerd worden.

Het democratisch belang is even groot vermits het gaat om bevolkingsgroepen die uit het politieke debat gesloten werden. Zich spiegelend aan het participatief proces van ATD Quart Monde, zou de Commissie zich moeten inzetten voor het bevorderen en zelfs coördineren van de oprichting van permanente dialoog- en overlegstructuren met de allerarmsten op lokaal, nationaal en Europees niveau. Op die manier zouden deze mensen kunnen bijdragen aan het bepalen van het beleid en de evaluatie van diens resultaat. Dergelijke structuren bestaan reeds in enkele landen van de Unie.

Tenslotte is het nodig zicht te krijgen op de evolutie van de extreme armoede en op de economische, sociale en ecologische dimensie ervan. Daarvoor moet de E.U. zich voorzien van een bewakingsmechanisme en van indicatoren en moet ze zich de middelen verschaffen om zelf, of bijvoorbeeld door het Agentschap van Fundamentele Rechten, de schending van rechten en de discriminatie ten gevolge van extreme armoede te kunnen onderzoeken.

Vanzelfsprekend kunnen de E.U. en de Europese Commissie niet alles bereiken. Maar de E.U. kan meer en beter doen ten einde de haar toegekende Nobelprijs voor de Vrede waardig te zijn. Deze prijs is immers niet alleen een eerbetuiging maar brengt ook morele verplichtingen mee. De E.U. moet ook meer en beter doen want morgen zullen het de gemeenschappen met de grootste eenheid en samenhang zijn die het sterkst zullen staan om op doeltreffende wijze een complexe en erg onzekere wereld tegemoet te treden. Zij kan aan de mensheid duidelijk maken dat, ondanks het geweld van de ellende die zij ondergaan, personen die in de grootste armoede leven toch dagelijks aan de weg naar de vrede kunnen timmeren.”