“Rechten van armsten daadwerkelijk toepassen !”

Oproep ATD Vierde Wereld aan Vlaams Parlement

Artikel geplaatst 26 mei 2009 Print Friendly

 “Rechten van armsten daadwerkelijk toepassen !”

Een PDF-versie vindt u hier.

Op 7 juni werd het Vlaams Parlement verkozen. Met bijgaande oproep richten wij ons tot de volksvertegenwoordigers:

Zoals u weet blijft armoede een groot knelpunt in onze maatschappij. De beweging ATD Vierde Wereld is er van overtuigd dat hier voor het Vlaamse niveau een belangrijke taak is weggelegd. Omdat wij hopen dat armoedebestrijding ook op uw aandacht en inzet kan rekenen willen wij u hierbij vier sporen aanreiken.

1. Armoedebestrijding vraagt overleg

Armoede raakt mensen op alle domeinen van hun leven. Voor verschillende van deze domeinen zoals onderwijs en huisvesting is de Vlaamse overheid bevoegd. Een beleid van armoedebestrijding zal maar resultaten hebben als het globaal is. Daarom vragen we dat gestreefd wordt naar een sterke samenwerking tussen de departementen van de Vlaamse overheid. Omdat andere materies nog altijd tot de federale bevoegdheid behoren is ook in die richting overleg nodig. De Federale Staat, de gewesten en de gemeenschappen sloten trouwens reeds in 1998 een samenwerkingsakkoord om de armoede te bestrijden. Het Vlaams Parlement kan deze samenwerking in belangrijke mate aansturen.

2. De participatie van de armsten mogelijk maken

Dat de armsten zelf een stem moeten hebben in de armoedebestrijding wordt aanvaard. De Vlaamse overheid erkent en steunt ‘verenigingen waar armen het woord nemen’. Toch is participatie van mensen in armoede nooit evident.
‘In een dialoog met armen moet men zich bewust zijn van een initiële ongelijkheid. Mensen uit heel arme milieus beschikken niet over dezelfde middelen om zich uit te drukken. Ze hebben niet altijd de kans gehad goed te leren lezen en schrijven. Tijdens het proces van de dialoog leven ze vaak nog in slechte omstandigheden. De andere partners weten dat meestal niet. Als geen rekening gehouden wordt met die ongelijkheid komt de dialoog in gevaar.’ [1]
Tijd, middelen en een volgehouden wil om naar de armsten te luisteren zijn dan ook heel belangrijk.

3. Vorming van beroepskrachten

In het maatschappelijk werk, in openbare diensten en in verschillende instellingen zijn er heel wat beroepskrachten actief die wel degelijk de wil hebben om de armsten te bereiken. Maar wat ATD Vierde Wereld van hen hoort is dat zij het vaak moeilijk hebben om die mensen te bereiken wiens leven getekend is door uitsluiting en bestaansonzekerheid. Wij pleiten er dan ook voor dat kennis over het leven van mensen in armoede een ruime plaats krijgt in de basisopleiding en de voorgezette vorming van deze professionelen.

4. Effecten van het beleid evalueren

We hebben het hier niet louter over de evaluatie van specifieke maatregelen in het kader van armoedebestrijding Ook algemene beleidsmaatregelen hebben een effect op het leven van mensen in armoede. Zoals bij grote infrastructuurprojecten op voorhand de effecten op het milieu worden ingeschat, zo vragen we een zelfde effect-berekening van algemene beleidsmaatregelen op het leven van mensen in armoede. [2]

Tot slot: Mensen in armoede willen waardig leven in gezinsverband.

Arme gezinnen vertellen vaak hoe hun levensomstandigheden - slechte huisvesting, geen toegang tot goede opleidingen en werkgelegenheid, schoolproblemen bij de kinderen, slechte gezondheid en onvoldoende toegang tot zorg, enz.. - het hen onmogelijk maakt om als gezin waardig samen te leven. Zij hebben onvoldoende toegang tot de grondrechten. Het is noodzakelijk dat niet één maar alle grondrechten in hun onderlinge samenhang daadwerkelijk worden toegepast.

Het Vlaams Parlement in zitting bijeen. (Foto: Kurt Van Strijthem).

[1Verenigingen waar armen het woord nemen, In: ’Armoede - waardigheid - mensenrechten / 10 Jaar Samenwerkingsakkoord Strijd tegen Armoede (1998-2008)’ pagina 164-172.

[2Een actueel voorbeeld – op federaal vlak – is het ontwerp van betalingsbevel. Een Europese verordening die de ‘onbetwiste schuldvorderingen’ eenvoudiger, makkelijker en sneller moet regelen. En dit voor betalingsachterstanden bij grensoverschrijdende transacties. Een antwoord op een reëel probleem van betalingsachterstanden die vooral KMO’s en kleine zelfstandigen in de problemen brengen. Om die reden ook dat deze wetgeving quasi geruisloos door de handen van de senaat, de regering en de Kamercommissie is gegaan. Het Belgische wetsvoorstel beperkt zich niet tot de Europese Verordening. Ze stelt dezelfde regeling voor als het gaat over binnenlandse transacties en over transacties tussen consumenten en handelaars. De regeling voorziet dat de schuldeiser een eenzijdig verzoekschrift, op basis van een standaardformulier, neerlegt bij de rechtbank. Dit verzoekschrift moet niet door een advocaat ondertekend zijn, hoeft niet gestaafd te worden met een geschrift vanuit de schuldenaar. Deze laatste hoeft niet verwittigd te worden of ooit een aanmaning ontvangen hebben. Eén factuur missen in de brievenbus, is genoeg om een gerechtelijke procedure te kunnen starten..
Nadat de rechter een betalingsbevel uitschrijft moet de schuldenaar betalen of verzet aantekenen binnen de vastgelegde termijn. Zo niet dan krijgt het bevel een zogenaamde ‘uitvoerbare titel’, wat zoveel wil zeggen als de verplichting tot betaling zonder meer met de mogelijkheid om daarvoor een deurwaarder te sturen om beslag te leggen op bezittingen. Bescherming van de consument - en zeker van wie sociaal zwak is - wordt in principe opgeheven.