Rio+20: geen duurzaamheid zonder uitbannen armoede

Een “groene economie” moet leiden tot een meer duurzame economie

Artikel geplaatst 21 juni 2012 Print Friendly

Rio+20: geen duurzaamheid zonder uitbannen armoede

Vandaag start in Rio de Janeiro “Rio+20”. Twintig jaar na de eerste wereldtop over milieu en ontwikkeling verzamelen tot 22 juni 2012 wereldleiders zich opnieuw in Rio de Janeiro. Ook ATD Vierde wereld zal hier aanwezig zijn. In december 2009 erkenden de Verenigde Naties dat « de uitroeiing van armoede de grootste uitdaging is voor onze moderne samenleving en een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot duurzame ontwikkeling » (resolutie A/RES/64/236). Nu moet dit ook nog erkend worden door de landen die deelnemen aan Rio+20.

ATD Vierde Wereld wordt op de top vertegenwoordigd door twee leden van de beweging in Bolivië, Marcelo Vargas et Mercedes Valdivia, door “Brasil pela Dignidade” (“Brazilië voor waardigheid”), een Braziliaanse vereniging van vrienden van de beweging, en door Mariana Guerra, Matt Davies en Eduardo Simas van het internationaal centrum in Méry-sur-Oise. Daarnaast zijn er ook twee partners met wie we samenwerken rond de evaluatie van de millenniumdoelstellingen: “Verdejar Sócioambiental”, een vereniging van bewoners van “Complexo do Alemão”, een van de grootste favela’s van Rio en “Instituto Raízes em Movimento”, uit dezelfde wijk.

Wij spraken met Cristina Diez Saguillo, permanent werkster, die ATD Vierde Wereld vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties in New York.

Houdt de top Rio+20 voldoende rekening met de kwestie van extreme armoede?
Saguillo : Nee. De kladversie van het einddocument van Rio+20 spreekt niet over de uitroeiing van armoede als voorwaarde voor duurzame ontwikkeling. We stellen dus verschillende amendementen voor: dat de mensen die het meest lijden onder het achteruitgaan van het milieu (in het bijzonder de mensen die in grote armoede leven) erkend worden in hun ervaring op gebied van duurzame ontwikkeling; dat er middelen vrijgemaakt worden zodat ze echt kunnen deelnemen aan de besluitvorming, in het bijzonder over het vervolg van Rio+20 en de evaluatie van de millenniumdoelstellingen; dat de “richtlijnen over extreme armoede en mensenrechten” aangenomen worden door de Verenigde Naties en dat deze een benadering van duurzame ontwikkeling gebaseerd op de mensenrechten versterken.

Denkt u dat Rio+20 nieuwe antwoorden kan bieden op de actuele crisis?
De politieke wil van de verschillende landen om zich nog meer te engageren is klein. Daarom moeten we een nieuw ontwikkelingskader op poten zetten gebaseerd op de mensenrechten. De armste mensen en landen worden het meest getroffen door de gevolgen van de klimaatopwarming, door de enorme prijsstijging van voedingsmiddelen en grondstoffen. Als onze manieren van produceren en consumeren onze natuurlijke grondstoffen plunderen en de ongelijkheid doen toenemen dan moet de economische groei eerder gezien worden als de oorzaak van de crisis dan als het antwoord. De overgang naar een “groene economie” moet leiden tot een meer billijke economie en niet tot een economie onderworpen aan de macht van geld en speculatie. De voornaamste doelen van deze economie moeten betere werkomstandigheden en een betere sociale zekerheid zijn.

Welke voorstellen zou u willen doen tijdens deze top ?
We vragen de bevordering van een economische benadering die vertrekt vanuit lokale initiatieven en waarbij de middelen worden gebruikt om het welzijn van de gemeenschap te verhogen en niet enkel om winst te maken. We vragen de bevordering van degelijk werk bij de ontwikkeling van strategieën voor het recht op een veilige omgeving voor iedereen. Er moet een een universeel kader voor sociale bescherming ontwikkeld worden dat gezondheidszorg, onderwijs en een minimumloon voor zij die niet kunnen werken, inhoudt. We zouden willen dat de landen en verschillende organismen de impact meten van ontwikkelingspolitiek op bevolkingsgroepen in grote armoede en hen de middelen bieden om deze het hoofd te bieden. We vragen dat de productie van voedingsmiddelen in elk land beschermd wordt en dat ook de mensenrechten beschermd worden in internationale handelsakkoorden.

Denkt u dat de publieke opinie de toekomst van de millenniumdoelstellingen kan beïnvloeden?
Op internationaal vlak is de mobilisatie al begonnen, maar nog belangrijker is dat er ook een nationale en lokale mobilisatie is. En de radicale verandering die we willen – er voor zorgen dat de meest uitgeslotenen kunnen deelnemen aan de besluitvorming – impliceert een complete verandering van de manier waarop gewoonlijk wordt gewerkt. Wij, de burgermaatschappij, wij moeten verder gaan in deze richting en er voor zorgen dat zij die het meest geraakt worden door duurzame ontwikkeling ook echt betrokken worden.

Het is dus duidelijk dat de strijd tegen armoede en duurzame ontwikkeling verenigd moet worden met mensenrechten. Hierbij moet men een bijzondere aandacht hebben voor de intelligentie en de creativiteit van de armsten die dagelijks met de de achteruitgang van hun levensomstandigheden geconfronteerd worden.

Wie meer informatie wil, kan hier een filmpje bekijken waarin getoond wordt hoe mensen in armoede zich inzetten voor duurzame ontwikkeling. (Film in het Spaans, Engels ondertiteld)

Rio 1992, de millenniumdoelstellingen en Rio+20

→ In 1992 hebben de Verenigde Naties 17 principes geformuleerd die duurzame ontwikkeling definiëren. Het vijfde principe zegt dat de uitroeiing van de armoede een noodzakelijke voorwaarde is. Tijdens deze conferentie werd ook een “Agenda 21” ontwikkeld die 2500 concrete aanbevelingen doet voor de 21ste eeuw. Sindsdien zijn de ontwikkelingen amper geëvalueerd geworden omdat de verschillende landen geen verantwoordelijkheid willen nemen voor wat niet is gerealiseerd.

→ In 2000 heeft een groep experten 8 milleniumdoelstellingen uitgewerkt die « onze gelijken moeten verlossen van armoede ». 189 landen hebben zich geëngageerd om deze te bereiken tegen 2015, op vlak van strijd tegen armoede, gezondheidszorg, opvoeding, leefmilieu,…

→ De top Rio+20 moet een kader definiëren voor duurzame ontwikkeling. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wil dat dit kader “het gevolg is van een inclusief, open en transparant proces met heel veel verschillende deelnemers”.

Bron: "Feuille de Route", n°417, juni 2012. Klik hier voor het artikel.