Terug naar Haïti

Interview met Régis en Roseline De Muylder

Artikel geplaatst 4 februari 2011 Print Friendly

Terug naar Haïti

Régis en Roseline De Muylder zijn eind januari voor ATD Vierde Wereld vertrokken naar Haïti. Beiden zijn dokter. Midden-Amerika is geen onbekend terrein voor hen. De jongste van hun vier kinderen werd 19 jaar geleden geboren in Guatemala. Ook in Haïti brachten ze al enkele jaren door. En na de aardbeving begin 2010 ging Régis enkele weken het team van ATD Vierde Wereld in Haïti ondersteunen.

Voor ze vertrokken keken we met hen terug op de tien jaar die ze in België doorbrachten en op hun jarenlang engagement met ATD Vierde Wereld.


Hoe leerden jullie ATD Vierde Wereld kennen?

Régis: Dat was al in 1978. Ik was leider in een vakantiekamp en omdat vier kinderen deelnamen via ATD Vierde Wereld werd ik daarna uitgenodigd voor gesprekken in het vierdewereldhuis. Roseline en ik waren toen betrokken bij een tehuis waar kinderen geplaatst werden. ATD Vierde Wereld dacht na over de plaatsing van kinderen, vanuit de realiteit van de gezinnen zelf. In het tehuis zagen we vooral hoe de maatschappij naar die mensen keek. En ook het lijden van de kinderen zagen we, en de grenzen van het systeem. Hier in het vierdewereldhuis hebben we mensen ontmoet waarmee we nu nog altijd banden hebben. Die ontmoetingen hebben een grote rol gespeeld in onze beslissing om volontair te worden.


Met en tussen de mensen, zoals altijd, namen Régis en Roseline De Muylder tijdens het eindejaarsfeest in december afscheid van hun vele vrienden en bekenden in de Beweging ATD Vierde Wereld in België.

Zijn jullie meteen na je studies in het volontariaat van ATD Vierde Wereld gestapt?
Roseline: Ik heb één jaar als huisarts gewerkt en Régis werkte in een ziekenhuis. In 1982 vertrokken we naar Méry-sur-Oise, het internationaal centrum van de beweging, bij Parijs. Maar al voor we er aankwamen, had men ons gevraagd of we naar Guatemala wilden gaan.
Régis: in Guatemala was er sinds 1979 een groep van ATD Vierde Wereld. Ze werden geconfronteerd met problemen die met gezondheid te maken hadden en zochten mensen die een antwoord konden bieden. Omdat we beiden geneeskunde gestudeerd hadden vertrokken we. Op het platteland probeerden we kleine groepen van ouders en kinderen bijeen te brengen om kennis door te geven over voeding, psychomotorische ontwikkeling van kinderen en nog veel meer.

Werkten jullie in Guatemala als dokters?
Régis: Niet uitsluitend. Directe medische zorg was niet onze eerste taak. We werkten vooral van op de tweede rij. We ondersteunden het werk van andere mensen en hielpen projecten mee uitbouwen die vertrokken vanuit de allerarmsten. We probeerden er steeds zoveel mogelijk mensen bij te betrekken. We kwamen vaak op plaatsen waar de mensen heel arm waren. Hoe bereik je dan toch ook de allerarmsten? Dat was een vraag die ons bezighield.
Roseline: In een afgelegen dorp werkten we met ondervoede kinderen. Maar kinderen hebben meer nodig dan eten alleen om zich te ontwikkelen en daarom organiseerden we bijeenkomsten met kleine kinderen en ouders. We probeerden kennis door te geven over alles wat te maken heeft met de ontwikkeling van kinderen.


Régis: “We kwamen vaak op plaatsen waar de mensen heel arm waren. Hoe bereik je dan toch ook de allerarmsten? Dat was een vraag die ons bezighield."

Régis: Het was belangrijk dat we konden samenwerken met lokale organisaties. We werkten altijd met partners, bijvoorbeeld een gezondheidscentrum, omdat zij hoop gaven aan de mensen op lange termijn. Zij bleven. De projecten zakten niet in als wij vertrokken. Van 1986 tot 1988 waren we in België. Ons derde kind werd toen geboren. Toen we in 1988 teruggingen naar Guatemala, kwamen we in de hoofdstad terecht. De armoede was heel algemeen. We gingen naar mensen die op een vuilnisbelt leefden en langsheen de spoorweg. Daar hebben we geleerd hoe je in arme landen toch de allerarmsten kan bereiken. Daarnaast steunden we ook het team van ATD Vierde Wereld dat net begonnen was in Honduras. Het waren volontairs van Guatemala die naar Honduras gingen. Dat is een heel belangrijke stap geweest in de werking van ATD Vierde Wereld in Midden-Amerika.

Daarna gingen jullie nog naar het internationaal centrum van de beweging nabij Parijs en vervolgens naar Haïti. Jullie leefden op veel verschillende plaatsten en niet altijd in de meest gemakkelijke omstandigheden, hoe hebben jullie kinderen dit ervaren?
Régis: voor de kinderen was het zeker een ervaring die hen gevormd heeft. Ook al waren er soms moeilijkheden, we hebben altijd geprobeerd met hen rekening te houden. Vanaf het moment dat we kinderen hadden was niet alleen ons persoonlijk engagement belangrijk, maar ook de manier waarop de kinderen het beleefden. We zijn in ’99 terug naar België gekomen omdat het ons een goed moment leek voor het gezin. Na al die jaren kijken ze er zelf positief op terug.

En wat was jullie taak in België?
Roseline: Ik hield me in België vooral bezig met de volksuniversiteit. Voor we hier aankwamen, wist ik niet goed wat het juist inhield, maar ik ontdekte een heel boeiende dynamiek. Er zijn veel mensen bij betrokken en er gebeurt veel tijdens de volksuniversiteiten: mensen leren spreken voor een groep, krijgen zelfvertrouwen en ontmoeten anderen die dezelfde dingen meemaken. De mensen die deelnemen leren dat ze iets te zeggen hebben dat de moeite waard is. Het is een kans om samen ideeën uit te werken en die naar buiten te brengen. Ik heb in die jaren mensen echt een weg zien afleggen. Als iemand durft spreken is het omdat er iemand achter hem of haar staat. We bouwen samen een denken op en verbinden de levenservaring van mensen met de politieke vertegenwoordiging.


Roseline: “Ik heb in die jaren mensen echt een weg zien
afleggen in de Volksuniversiteit.”

Régis: Eerst werkte ik mee op het Steunpunt Armoedebestrijding aan een project over armoede-indicatoren. Vanaf 2003 maakte ik deel uit van het nationale team van ATD Vierde Wereld België en dat gaf me de kans om op verschillende terreinen te werken. Er was het dagelijks beheer van de beweging en de vertegenwoordiging. Ik steunde ook de verschillende groepen en hun engagement om met de allerarmsten te werken. Zo kwam ik vaak in Luik om het project rond ouders en kinderen te ondersteunen.


Nu gaan jullie weer naar Haïti waar jullie al eens waren van 1996 tot 1999. Was jullie missie in Haïti vergelijkbaar met die in Guatemala?

Régis: De armoede in Haïti is groter en nog veel algemener dan in Guatemala. Ook in Haïti werkten we rond kennis en gezondheid. In Port-au-Prince is er bijvoorbeeld een gezondheidscentrum dat gegroeid is met de steun van de beweging.
Roseline: We gingen naar de sloppenwijken en zagen dat er vooral nood was aan acties voor jonge kinderen en hun ouders. Er was veel kindersterfte. Samen met een Haïtiaanse vrouw hebben we een project uitgewerkt voor kinderen die nog niet naar school gingen. We speelden spelletjes, knutselden, lazen boeken,… Langzaamaan kwamen er meer kinderen en konden we een zekere regelmaat opbouwen. Om de drie maanden werden de ouders uitgenodigd voor animaties over gezondheid en de ontwikkeling van kinderen.
Régis: Na 2000 was het nodig om twee groepen te maken: baby’s (’Bébés bienvenus’) en peuters. Het was een heel belangrijk project dat vandaag nog steeds bestaat en zich vertakte.


De aardbeving van januari 2010 heeft het land zwaar getroffen. De omstandigheden waarin jullie terechtkomen zullen anders zijn dan tien jaar geleden.

Régis: In 30 seconden heeft de aardbeving het leven van mensen totaal veranderd. Zo formuleerde iemand van het team dat toen ik enkele maanden geleden in Haïti was. Veel is vernietigd. Er vielen doden en gewonden. Alles is veranderd, maar de geschiedenis van het land blijft en dat is er één van grote armoede. Meteen na de aardbeving hebben we noodhulp opgezet. Nu is het belangrijk om onze acties te hervatten, met een dubbele inzet: terug op gang brengen wat er was maar ook nieuwe uitdagingen aangaan. Het land moet heropgebouwd worden. Dat doet hopen dat het beter wordt dan vroeger, maar tegelijkertijd is er het risico van de ontgoocheling. We gaan naar Haïti om het team van ATD te versterken. Voor de aardbeving waren 8 van de 10 teamleden Haïtianen. En dat wordt de inzet: zorgen dat het voor de Haïtianen mogelijk blijft zich in hun eigen land in te zetten.

Sara Philips en Marie-Thérèse Poppe
Foto’s: Jos Delisse

Dit artikel is gepubliceerd in het Vierdewereldblad, januari-februari 2011. Klik hier voor de PDF-versie.

Voor meer informatie over Haïti kan je ook de volgende artikels lezen op onze website:

  • "Hoop voor Haïti?" (Klik hier voor het artikel)
  • "De harde realiteit in Haïti roept vragen op over het hulpbeleid" (Klik hier voor het artikel)