Samen voor waardigheid.

Artikel geplaatst 22 mei 2015 Print Friendly

Voor we ingaan op waarvoor ATD Vierde Wereld Vlaanderen staat, willen we stilstaan bij wat armoede precies is.

In 1987 bracht de Franse Sociaal-Economische Raad in 1987 het rapport “Grote armoede en sociaal-economische bestaansonzekerheid” uit. De auteur van dit rapport is Joseph Wrésinski en daarin definieerde hij armoede als volgt:
“Bestaansonzekerheid is het ontbreken van één of meer zekerheden, met name het recht op werk, die individuen en gezinnen in staat stellen hun beroepsmatige, gezins- en sociale verantwoordelijkheden op zich te nemen en van hun fundamentele rechten te genieten.
De daaruit voortvloeiende onzekerheid kan groter of kleiner zijn en min of meer ernstige en definitieve gevolgen hebben. Ze leidt tot extreme armoede wanneer onzekerheden meerdere levensgebieden bestrijken, een duurzaam karakter aannemen en iemands kansen aantasten om, in de nabije toekomst, op eigen kracht, opnieuw zijn verantwoordelijkheden op zich te nemen en zijn rechten uit te oefenen.”
Deze definitie is gebaseerd op zijn levenslange ervaring met uiterste armoede. Hij groeide op in armoede en later ging hij tussen arme mensen in een voorstad van Parijs wonen. Dit leidde tot een levenslang engagement naast mensen in armoede en de oprichting van ATD Vierde Wereld.

Hoewel deze definitie dateert van 1987, blijven we nog steeds achter deze omschrijving staan. We ontdekten ook dat latere definities sterk de definitie uit het rapport “Grote armoede en sociaal-economische bestaansonzekerheid” benadert. We denken hierbij aan de definitie van prof. Dr. Jan Vranken : “Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.”

De definitie uit het rapport Wrésinski maakt een onderscheid tussen leven in bestaansonzekerheid en extreme armoede. Leven in grote armoede is veel ingrijpender: het strekt zich uit over verschillende levensdomeinen en hypothekeert ook de kansen op een verbetering in de toekomst. Daarom kiest ATD ervoor om met mensen die reeds lang in armoede leven, op weg te gaan. Een tweede reden om voor hen te kiezen is onze opdracht: armoede uitroeien. De mensen die het meest gebukt gaan onder de gevolgen van de armoede, nemen we als uitgangspunt. Zo willen we een maatschappij van onderuit opbouwen die maatregelen neemt voor de meest kwetsbaren. Studies tonen aan dat er vandaag nog heel wat onderbescherming is. Er zijn heel wat drempels die ervoor zorgen dat mensen geen toegang hebben tot al hun rechten. Als we samen met de meest kwetsbaren oplossingen zoeken voor dit probleem kunnen we maatregelen nemen die de toegang tot basisrechten voor iedereen garanderen.

We lezen ook dat die groep mensen anderen nodig hebben om te ontsnappen aan de vicieuze cirkel van de armoede. We vinden het belangrijk om de uitsluiting waarin de meest kwetsbaren leven, te doorbreken. Dit doen we door hen op te zoeken. Tijdens deze huisbezoeken willen we hen laten voelen dat we in hen geloven, dat ze voor ons als mens belangrijk zijn. We nodigen hen ook uit om deel te nemen aan groepsactiviteiten. Wanneer we armen verenigen, ontdekken mensen dat ze niet alleen zijn, dat anderen ook hetzelfde meemaken. We willen niet enkel dat mensen elkaar ontmoeten maar ook samen nadenken over hun leven en belangrijke maatschappelijke thema´s. Van daaruit kunnen ze de dialoog aangaan met andere burgers en diensten. Daarvoor hebben ze mensen nodig die de brug maken met de maatschappij.

Grote armoede zien we als een structureel onrecht. Leren zien dat rechten niet voor iedereen gelden, dat niet iedereen dezelfde kansen heeft in onze maatschappij, is niet evident.

De samenleving zal pas veranderen als de allerarmsten onvoorwaardelijk als burgers worden erkend. Maar om erkend te worden, moet je eerst gekend zijn. Net als onze ouders moeten we veel vechten en vaak hard werken. Vandaag zijn we werkloos en kent men ons als zogenaamde “steuntrekkers”. Als we al werk hebben, gaat het vaak over tijdelijke en slecht betaalde jobs die ons niet de mogelijkheid bieden om uit de miserie te geraken. Wij strijden tegen de armoede om te overleven, maar meestal denkt men dat we niets doen om uit die armoede te raken.
Uit planningsdagen, september 2013

We zijn overtuigd dat iedereen een rol speelt in het anders kijken naar het fenomeen armoede. Als collega of buur kan je anderen uitnodigen om mensen in armoede anders te bekijken. Enkel wanneer vastberaden burgers kiezen om de berg valse ideeën over armoede en de armsten af te breken, kan dialoog met de samenleving beginnen.
Dankzij die dialoog kunnen duurzame, structurele veranderingen van maatschappelijke geledingen en samenlevingsvormen gebeuren. Om tot duurzame ontwikkeling te komen, moeten sociale, economische en ecologische factoren gelijkwaardig behandeld worden. De armste mensen en landen worden het meest getroffen door de gevolgen van de klimaatopwarming en door de enorme prijsstijging van voedingsmiddelen en grondstoffen. Als onze manieren van produceren en consumeren onze natuurlijke grondstoffen plunderen en de ongelijkheid doen toenemen, dan moet de economische groei eerder gezien worden als de oorzaak van de crisis dan als het antwoord. De overgang naar een ‘groene economie’ moet leiden tot een eerlijke economie en niet tot een economie onderworpen aan de macht van de speculatie. De voornaamste doelen van deze economie moeten betere werkomstandigheden en een betere sociale zekerheid zijn. We merken dat dit vandaag sterk onder druk staat.
De armsten een volwaardige plaats geven is geen evidente zaak. Het blijft een voortdurende uitdaging om armsten niet op te laten sluiten in afhankelijkheid en overleven zonder waardig toekomstperspectief.

We zien dat verenigen en de dialoog aangaan de voorbije jaren in het gedrang komt door het opnieuw sterk opduiken van noodhulp, van voedselbanken tot tijdelijke winteropvang. Dit tast de menselijke waardigheid aan en versterkt de afhankelijk. In 2013 nam ATD Vierde Wereld duidelijke stelling tegen de groeiende materiële hulpverlening, die mensen in armoede in de afhankelijkheid duwt. Door deze algemene opflakkering van materiële voedsel-, kledij- en andere bedelingen worden de plaatsen waar mensen in armoede hun recht op vrije meningsuiting volledig kunnen uitoefenen schaarser. En waar blijft het opkomen voor rechten en de waardigheid, als iedereen die vernederende afhankelijkheid normaal gaat vinden?

De druk, ook op verenigingen waar armen het woord nemen, om aan materiële hulpverlening te doen, neemt sterk toe. Een Vlaams spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” Waar zullen de armsten nog vrij en eerlijk kunnen blijven spreken?

Gedicht, geschreven door een militant uit Oostende, voor een volksuniversiteit van de Vierde Wereld rond verdelen:
“We moeten naar de voedselbedeling en dat met zeer velen.
Als je die eerste stap hebt overwonnen,
moet je weer de schaamte overwinnen
en een hoop papieren gaan innen.
Lukt het uiteindelijk wel, dan sta je net in je bloot vel
te wachten in een lange rij, je wordt bekeken van top tot teen.
We willen naar gewone winkels gaan
en geen schande meer doorstaan.
We willen ook eens duurzame dingen en geen tweedehands of afdankertjes.
Want we willen waardig leven, zodat we niet altijd moeten bedelen.
Geef ons wat vrijheid. Zo is het leven niet altijd een strijd!”

Volksuniversiteit rond herverdeling, waardigheid en solidariteit juni 2013

We willen nog even stilstaan bij onze naam ATD Vierde Wereld. ATD staat voor ‘All Together for Dignity’. Hierboven schreven we reeds dat alle burgers bijdragen tot een brede dialoog die uiteindelijk een waardige plaats biedt voor iedereen. Doordat mensen met armoede-ervaring en mensen zonder armoede-ervaring samenwerken, bereiken we dit.
We willen tot slot verwijzen naar onze basisopties.