Open brief voorzitter ATD Vierde Wereld België over bedeling

Wie wordt hier voor de gek gehouden ?

Steeds meer mensen hebben het moeilijk op het einde van de maand de eindjes aan elkaar te knopen. In een poging de strijd tegen de armoede te koppelen aan de strijd tegen de verspilling, gaan er in Europa meer en meer stemmen op om alles wat de bevolking niet verbruikt heeft onder de armen te verdelen. Men denkt hierbij aan onverkochte, beschadigde of verkeerd gelabelde goederen (cfr. de recente herrie rond het paardenvlees).

Voortgaande op dit idee zal een wetsontwerp voorgelegd worden aan het Belgisch Parlement. Het zal bedrijven toelaten de niet verkochte goederen die ze aan caritatieve verenigingen schenken, fiscaal af te trekken. Dit voorstel probeert ook een antwoord te bieden aan de 40 % vermindering van de subsidies voor Europese voedselhulp die bij het begin van het jaar aangekondigd werd en waarop veel reacties kwamen.

In crisistijd ontstaan vaak “slechte” goede ideeën die veel bijval genieten. Spijtig genoeg wordt door deze voorstellen het geloof versterkt dat de strijd tegen de armoede zich kan beperken tot liefdadigheid en voedselbedelingen. Tegen deze latente institutionalisering van het begrip “dringende hulp” wenst ATD Vierde Wereld België, bij monde van voorzitter Georges de Kerchove, te reageren

Artikel geplaatst 5 april 2013 Print Friendly

Open brief voorzitter ATD Vierde Wereld België over bedeling

Open brief van de voorzitter van ATD Vierde Wereld België
.

Wie wordt hier voor de gek gehouden ?

Moet men voor of tegen soepbedeling zijn? In dezelfde sfeer, moet men voor of tegen de verdeling onder de armen van onverkochte voedingsmiddelen uit grootwarenhuizen zijn? En, voortbordurend op dezelfde idee, moet men het parlementair initiatief toejuichen dat deze verdeling wil aanmoedigen door ze fiscaal aftrekbaar te maken voor diezelfde grootwarenhuizen?

De voorstanders van dit initiatief herinneren eraan dat in ons land jaarlijks 600.000 ton voedingsmiddelen in de vuilnisbak belanden terwijl tegelijkertijd 200.000 personen over onvoldoende voeding beschikken. Door deze maatregel zou iedere ondervoede persoon theoretisch over waardevolle extra voeding beschikken, al moet men wel bedenken dat de verspilling hoofdzakelijk gebeurt in de gezinnen en in de restaurants. Op papier zou het probleem van de ondervoeding in België opgelost zijn en zou iedereen, zonder uitzondering, goed kunnen leven.

Het echte schandaal

Maar wie wordt hier eigenlijk voor de gek gehouden? Men zou dus decennia lang aanvaard hebben dat vele mensen ondervoed bleven terwijl een dergelijke zeer eenvoudige maatregel alles had kunnen oplossen. Ze berokkent immers niemand nadeel, zeker niet de aandeelhouders van de grootwarenhuizen die er fiscaal voordeel uit halen, en bovendien zou iedereen zijn buikje vol hebben.

Het echte schandaal is dat in een land als het onze, dat sinds de laatste wereldoorlog een steeds meer fijnmazig sociaal netwerk ontwikkeld heeft, er toch steeds meer mensen zijn die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. Het is schandalig dat deze mensen nog steeds moeten bedelen om te overleven of moeten aanschuiven bij een of andere soep- of voedselbedeling. Het is schandalig dat er nog steeds mensen zijn die moeten wonen in onwaardige omstandigheden of zelfs op straat. Het is schandalig dat wij nog steeds 10 % ongeletterden hebben, dat er gezinnen zijn waarvan de kinderen bij gebrek aan financiële middelen moeten geplaatst worden, dat vele arbeiders, vooral de ongeschoolden, nooit werk zullen vinden. Het is schandalig dat, te midden een steeds meer veralgemeende onverschilligheid, vele mensen blijven leven in de grootst mogelijke onzekerheid zonder enig uitzicht op verbetering. Het is schandalig dat deze mensen in hun godganse leven nooit een voet zullen zetten in een museum, een theater, een academie of zelfs maar een bioscoop.

Bijstand in plaats van solidariteit

Hoe probeert men nu te reageren op dit schandaal? Men stelt eenmalige maatregelen voor die onvermijdelijk nog meer stigmatiserend werken voor de zeer armen want ze zijn te zeer gebaseerd op bijstand in plaats van op solidariteit. Men stelt voor de bijstand uit te breiden in plaats van de solidariteit te hervormen. Men streeft naar meer economische doeltreffendheid in plaats van meer rechtvaardigheid en men verdeelt onverkochte goederen aan de hulpbehoevenden om dit alles te verdoezelen. Men tolereert ongelijkheid in naam van een vooruitgang gecreëerd door sommigen ten voordele van steeds dezelfden die aan de feesttafel zitten en die aan de behoeftigen de kruimels laten waar ze toch niets mee aanvangen.

De meest kwetsbaren vallen klaarblijkelijk doorheen de verwijde mazen van de sociale zekerheid maar toch doet men niets om de cohesie te vermeerderen in een maatschappij gericht op het individu. Volledig afhankelijk van bijstand, hebben deze mensen geen recht van spreken als de anderen. Zij spelen op geen enkel terrein nog mee, niet als werkende mensen en zelfs niet als consumenten. Hun stem en wat ze meemaken worden niet gehoord. De maatschappij wordt uitgebouwd zonder hen maar door hun afwezigheid wordt diezelfde maatschappij inhumaan want zij laat geen waardige plaats voor de zwaksten onder ons. Omdat zij zich niet meer uit de slag kunnen trekken en verstrikt geraken in hun onzeker leven, worden zij gewoon ervaren als te voeden monden en verwacht men uiteindelijk niets meer van hen. Zij worden gedegradeerd tot tweederangs burgers, zonder rol in het bouwen aan de toekomst. Als ware “etterbuilen” zal men proberen ze te verstoppen. In België, maar ook elders, proberen diverse toeristische steden de bedelaars en de daklozen te verjagen want zij zouden de toeristen kunnen afschrikken. Zijn wij niet allen geneigd de blik af te wenden om de bedelaar aan de uitgang van de metro niet in de ogen te moeten kijken?

Waardig leven

Laat ons duidelijk zijn: iedere populistische maatregel die tot doel heeft de soepbedeling op een of andere manier te institutionaliseren, tast de waardigheid van de arme mensen aan. Nooit zal men op die manier de solidariteitsmechanismen vervangen die opgezet werden door de sociale zekerheid en door de OCMW’s die daarvan één der steunpilaren zijn. We moeten ons eerst afvragen hoe het komt dat deze mechanismen falen en ze proberen te versterken. We moeten eerst aan de OCMW’s de middelen geven om hun missie te vervullen die erin bestaat “aan iedereen toe te laten een waardig leven te leiden”. Dit is echter niet alleen een zaak voor de politiek, omwille van de ernst van de crisis vraagt dat het engagement van iedereen. Niet een of andere politieke partij maar de ganse bevolking moet zich inzetten voor deze verandering : aanvaarden wij wat eenvoudiger te leven opdat anderen eenvoudigweg zouden kunnen leven?

Georges de Kerchove

26 maart 2013

Vertaling Jacques Vanderstappen